
De wetenschap van de overheid is het mijn plicht te bestuderen, meer dan alle andere wetenschappen: de kunst van wetgeving, bestuur en onderhandeling dient voorrang te krijgen, en moet inderdaad op een manier alle andere kunsten uitsluiten. Ik moet politiek en oorlog bestuderen, zodat mijn zonen de vrijheid hebben om wiskunde en filosofie te studeren. Mijn zonen moeten wiskunde en filosofie, geografie, natuurgeschiedenis, scheepsbouw, navigatie, handel en landbouw bestuderen, om hun kinderen het recht te geven om schilderkunst, poëzie, muziek, architectuur, beeldhouwkunst, wandtapijten en porselein te bestuderen.
— Brief aan Abigail Adams [12 mei 1780]