
Want als er in jullie samenkomst een man komt met een gouden ring, in schitterende kleding, en ook een arme man in vuile kleding; en jullie letten op de man die de schitterende kleding draagt en zeggen tegen hem: 'Ga hier zitten op een goede plaats,' maar tegen de arme zegt: 'Ga daar staan of zit hier onder mijn voetenbankje,' zijt jullie dan niet partijdig in jezelf en oordelen jullie niet met kwade gedachten?
— Jakobus 2:2-4