
Ik geef toe dat ik een voorstander ben van een zeer vrij handelsstelsel, en beschouw het als een waarheid dat commerciële belemmeringen over het algemeen onrechtvaardig, onderdrukkend en onverstandig zijn--het is ook een waarheid dat als industrie en arbeid hun eigen koers mogen volgen, ze over het algemeen zullen worden gericht op die objecten die het meest productief zijn, en dit op een zekerder en directere manier dan de wijsheid van de meest verlichte wetgever zou kunnen aangeven.
— Toespraak in het Congres [9 april 1789]