
...een verstandig en zuinig bestuur dat de mensen ervan weerhoudt elkaar te schaden, hen verder vrij laat hun eigen bedrijven en verbeteringen te regelen, en het brood van de arbeid niet wegneemt dat zij hebben verdiend. Dit is de essentie van goed bestuur, en dit is noodzakelijk om de cirkel van ons geluk te sluiten.
— Eerste inaugurale toespraak [4 maart 1801]